|
Wat is tanen? |
|
|
|
Een stinkend werkje Een taanderij was gevestigd in een houten schuur. Daarin stond een gemetselde taanketel met een inhoud van zo’n vierduizend liter. Onder de ketel werd een turfvuur gestookt om het water in de ketel aan de kook te brengen. In het water werd een zak met cachou gehangen, die na een anderhalf uur opgelost was. Cachou is een looihoudend extract uit het hout, de bast of de vruchten van een tropische boom (Acacia cetchu). Het geeft een donkerbruine kleur, behoedt tegen verrotting, en heeft een nogal penetrante geur.
Met een takel boven de ketel werden netten, rollen touw en zeilen in de gloeiend hete vloeistof gedompeld, om een uur of drie mee te koken. Dampend werden de netten, touwen en zeilen naar de schuit gereden en in de mast gehangen om te drogen. |
|
Taanderijen in Huizen In Huizen waren eind negentiende eeuw drie taanderijen. Gerrit van As en Jacob van Aart Vos beheerden er twee aan de haven. Willem Koeman Sr. had een taanschuur op de Visserstraat. De Taandersdwarsweg in Huizen dankt zijn naam aan de mensen die dit noodzakelijke onderhoud van het vissermateriaal verzorgden.
|
Bron o.a.: Peter Dorleijn, “Van gaand en staand want”, Weesp 1983. |